Vragen over financiele gevolgen afschijvingen grondexploitaties
![]()
Aan:
de griffier van de gemeenteraad
Postbus 900
6040 AX Roermond
Roermond, 04 oktober 2011
Betreft: schriftelijke vragen conform artikel 43 RvO inzake financiële gevolgen afschrijvingen grondexploitaties.
Geachte griffier,
Graag verzoeken wij u deze brief met schriftelijke vragen conform artikel 43 RvO door te leiden naar het college van B&W.
Inleiding
Via de landelijke media Teletekst, NOS Radio 1 en het Financieel Dagblad hebben wij kennis genomen van zeer zorgwekkende berichtgeving over grote verliezen op gemeentelijke grondexploitaties.
Deze verliezen zouden onder andere voortkomen uit de financiële crisis, maar deels ook worden veroorzaakt door speculatief gemeentelijk beleid met betrekking tot grondexploitaties in het verleden.
Op 4 oktober werd door consultantbureau Deloitte op Radio 1 en later in het Financieel Dagblad, naar aanleiding van landelijk onderzoek in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken een aantal schokkende feiten gepresenteerd:
- Nederlandse gemeenten bezitten voor ongeveer 13 miljard euro eigen vermogen aan grondexploitaties;
- Voor 2011 wordt rekening gehouden met verliezen op deze grondposities tot wel 2,9 miljard euro, in 2010 betroffen deze verliezen nog 2,4 miljard euro;
- Deloitte verwacht dat 35 gemeenten in zeer zware problemen kunnen komen door deze forse verliezen en geeft aan dat de gemeenten die het betreft flink in hun gemeentelijke begrotingen moeten snijden om de verliezen op te vangen;
- De kans wordt reëel geacht dat een aantal gemeenten, om het hoofd boven water te kunnen houden, financiële steun bij het Rijk aan moet vragen conform de zogenaamde artikel 12-status vanwege een structureel slechte financiële situatie.
De medewerker van Deloitte die 4 oktober door Radio 1 werd geïnterviewd wilde terecht geen uitspraken doen over individuele gemeenten, maar sprak er wel over dat er op dit moment bij een 35-tal gemeenten al zeer zorgelijke situaties zijn. Verder zijn wij naar eigen onderzoek te weten gekomen dat bijvoorbeeld de rekenkamer van de gemeente Rotterdam zich zeer kritisch uitlaat over het grondbeleid van de gemeente Rotterdam en dat daar alleen al 235,5 miljoen afgeschreven moet worden op grondexploitaties.
Ook kampt bijvoorbeeld de Limburgse gemeente Maastricht met een afschrijving van circa 55 miljoen op grondexploitaties. Tevens zijn bij ons nog andere voorbeelden bekend van diverse gemeenten (sommigen ook van soortgelijke omvang als Roermond) die kampen met 10-tallen miljoenen aan afschrijvingen op grondexploitaties.
Dit betekent dat er voor gemeenten die kampen met (dergelijk grote) verliezen een direct verband bestaat met het realiseren van een sluitende begroting voor 2012 en dat deze gemeenten in deze begroting, maar ook in de meerjarenbegroting flinke bezuinigingen moeten doorvoeren om de financiën op pijl te houden.
Al met al zijn dit zeer verontrustende berichten en geeft dit de VVD-fractie aanleiding om met inbegrip van bovenstaande inleiding de volgende vragen te stellen:
1. Is het college van B&W het met de VVD-fractie eens dat de in de inleiding genoemde ontwikkelingen zorgwekkend zijn en dat er alles aan gedaan moet worden om dusdanige scenario’s voor Roermond te voorkomen?
2. Is er op dit moment voor Roermond al sprake van afschrijvingen bij grondexploitaties naar aanleiding van de financiële crisis en/of door gevoerd speculatief beleid?
3. Is het college op de hoogte van de genoemde ontwikkelingen en is er al gestart met het uitwerken van mogelijke scenario’s die Roermond kunnen treffen en scenario’s om eventuele financiële klappen op te vangen?
4. Houdt het college er al rekening mee dat er mogelijk afschrijvingen op grondexploitaties te verwachten zijn?
5. Zijn er in Roermond grondexploitaties (en waar bevinden zich deze gronden) waar geplande projecten worden uitgesteld of waar gevreesd moet worden dat deze projecten zelfs helemaal niet (meer) worden uitgevoerd?
6. Welke waarde vertegenwoordigen de gronden genoemd onder punt 5 en zijn er eventueel alternatieven voor invulling van de betreffende gronden?
7. Welke gevolgen hebben de onder 5 en 6 genoemde punten voor de “gemeentelijke schatkist”?
8. Hoe worden in Roermond de eigen grondexploitaties gewaardeerd? Gebeurt dit tegen relatief hoge verkoopwaarden (vrij-op-naam-prijs) of wordt er gezien de marktomstandigheden met realistischere en lagere tarieven geraamd?
9. Is de kans aanwezig dat Roermond, na het voeren van de Kerntakendiscussie en de vertalingen die van hieruit gemaakt zijn en/of worden naar de meerjarenbegroting, nog meer dient te bezuinigen om niet in de problemen te komen?
Graag zien wij de beantwoording van deze vragen van het college tegemoet.
Met vriendelijke groet,
Dirk Franssen
Hay Hutjens
VVD Raadsleden
Auteur
Fractie VVD Roermond e.o.






Geen reacties.
Reageren op dit bericht is niet mogelijk.