art.43-vragen inzake toezicht en handhaving kinderdagverblijven/buitenschoolse opvang

Aan griffier van de gemeente Roermond
Markt 31
6041 EM ROERMOND

Betreft; schriftelijke vragen artikel 43 RvO inzake toezicht en handhaving kinderdagverblijven / buitenschoolse opvang.

Graag verzoek ik u bijgaande vragen ex artikel 43 RvO door te leiden naar het College van Burgemeester en Wethouders.

Minister Kamp van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft onderzoek laten uitvoeren naar onder andere de uitvoering van toezicht en handhaving van Nederlandse gemeentes op gebied van kinderdagverblijven.

Uit de resultaten blijkt dat 41 van de gemeentes nog steeds niet voldoende hun taak als toezichthouder uitvoeren. In uw raadsinformatiebrief 2011/UIT/32913 geeft u al aan dat Roermond een van deze 41 gemeentes is.

1. Staat gemeente Roermond enkel op de lijst van 41 gemeentes omdat er in 2010 een te groot aantal kinderdagverblijven en buitenschoolse opvang niet gecontroleerd zijn (zoals u aangeeft in uw informatiebrief), of blijkt uit rapport en onderzoek van Minister nog andere zaken en redenen welke niet deugen? Zo ja, wat zijn de andere issues?

2. Hebben de criteria van het onderzoek en de bevindingen hieruit enkel betrekking op 2010? Met andere woorden, is men als gemeente Roermond enkel in 2010 tekort geschoten en voldeed men daarvoor wel aan de gestelde normen en eisen?

3. Wat voor controles worden in de raadsinformatiebrief genoemd? Waarop wordt in deze controles gecontroleerd en getoetst?

4. In de raadsinformatiebrief wordt als enig argument en oorzaak voor deze vermelding genoemd dat de GGD vanaf 2010 ook gastoudergezinnen moet controleren en niet voldoende capaciteit hiervoor had. Dat dit in het hele land een probleem zou zijn. Is het college bekend hoe de vele gemeentes welke wel goed functioneren dit schijnbaar probleem hebben opgelost? Heeft de gemeente zelf niet een andere taak dan die van de GGD en was het voor de gemeente acceptabel dat GGD hierin tekort schoot?

5. Kunt u concreet aangeven welk verbetertraject is gekozen en afgesproken en wat de verbeteractiviteiten inhouden? Zowel voor gemeente Roermond als voor GGD. Welk tijdspad kent dit traject en heeft dit gevolgen voor het beleid van gemeente Roermond?

6. Hoeveel vergunningsaanvragen voor kinderdagopvang / buitenschoolse opvang zijn er in de afgelopen 5 jaren ingediend voor gemeente Roermond?

7. Hoeveel van deze aanvragen zijn afgewezen en hoeveel toegekend? Op basis van welke criteria? Met andere woorden; waarop wordt getoetst?

8. In hoeverre waren de startinspecties van de GGD hierbij positief?

9. Hoe verloopt de samenwerking hierin tussen GGD en gemeente Roermond?

10. Bestaan er situaties waarin de GGD negatief heeft geadviseerd over een kinderdagopvang / buitenschoolse opvang, maar dat hier door gemeente Roermond geen gevolg aan is gegeven? Zo ja, wat is hier de reden van?

11. Bestaan er situaties waarin de GGD tot meerdere malen toe negatief heeft geadviseerd over een kinderdagopvang / buitenschoolse opvang? Zo ja, wat is hier de reden van?

12. Hoe wordt in gevallen van een negatief advies van GGD c.q. overtredingen van een kinderdagverblijf / buitenschoolse opvang door gemeente Roermond gehandhaafd?

13. Bestaan er momenteel kinderdagverblijven / buitenschoolse opvang in gemeente Roermond welke niet voldoen aan de gestelde criteria c.q. welke een negatief advies van GGD hebben? Zo ja, hoeveel zijn er hiervan en wat zijn de specifieke risico’s?

Hoogachtend,

Karin Straus
Tom Dohmen

Deel dit bericht

  • Abonneren op onze RSS feed
  • Tweet about this post
  • Share this post on Facebook
  • Share this post on Google
  • Share this post on LinkedIn
  • Deel dit bericht via Hyves

Auteur

Fractie

Fractie VVD Roermond e.o.

Geen reacties.

Reageren op dit bericht is niet mogelijk.